Hoe schrijf je vanuit de diaspora over een oorlog in het land waar je geboren bent? Mag je er wel over schrijven? Is je verdriet geldig? Het zijn allemaal vragen waar Maria Reva (Cherson, 1989) in haar roman Laatsteling mee worstelt. Reva verhuisde op haar zevende met haar ouders naar Vancouver. In Canada bouwde ze een carrière als schrijver van operalibretto’s en een succesvolle verhalenbundel (Good Citizens Need Not Fear, 2020) op. Terwijl ze aan haar debuutroman werkt, valt Rusland Oekraïne binnen. Zit ze dan, met haar verhaal over een vrouw die de postorderbruidenindustrie omver wil werpen.

Dat is ook het verhaal waarmee de lezer Laatsteling in gelokt wordt. Een ietwat kluchtige en soepel geschreven geschiedenis over onderzoeker Jeva, die in het mobiele lab waar ze ook woont ‘laatstelingen’ verzamelt: slakken die de laatsten in hun soort zijn. Het is als Oekraïense moeilijk om geld los te peuteren voor haar onderzoek: wie zegt, aldus een commissie, dat ze haar lab niet gebruikt voor het ontwikkelen van chemische wapens? Aangezien Jeva ook bloedmooi is, besluit ze het geld op een andere manier te verdienen: ze gaat als ‘bruid’ werken voor een huwelijksbureau, waar ze dates heeft met westerse mannen. Niet dat ze wat van die mannen wil, behalve hun geld: Jeva is aseksueel. Sterk is dat Reva dit niet Het Grote Probleem van Jeva maakt – de enige die een probleem heeft met haar geaardheid is haar moeder, die haar wanhopig aan de man, desnoods vrouw, wil.