In Oekraïne heb je de zogenaamde Zaboezjko-zin. Een eindeloos lange uitwaaierende zin, met vertakkingen van vertakkingen waarvan je vreest dat ze het vertrekpunt hopeloos uit het oog verloren zijn, die meerdere pagina’s kan duren, maar altijd weer terugkeert naar de gedachtegang die ooit het hoofdpad was. Oksana Zaboezjko (1960), de iconische Oekraïense auteur, spreekt zoals ze schrijft, tijdens haar bezoek in Amsterdam vanwege de Nederlandse verschijning van haar magnum opus: Museum van verlaten geheimen, uit 2009.
‘Een literair epos als de Buddenbrooks van Thomas Mann’, zette de uitgever op de omslag van dit 700 pagina dikke boekwerk, en dat is begrijpelijk vanwege de monumentale, groots Europese opzet en de ambitie, maar eigenlijk heeft Zaboezjko die vergelijking niet nodig. Ze is een categorie op zichzelf.
De roman gaat over zestig jaar Oekraïense geschiedenis aan de hand van meerdere generaties, met een veelheid aan Oekraïense verwijzingen die moeilijk te vangen zouden zijn voor een niet-ingevoerde Nederlandse lezer als de heroïsche vertalers in de appendix niet zulke nuttige context hadden geboden. Tegelijkertijd is het boek allesbehalve exotisch, want het gaat over de ervaring van een land met Russische propaganda en beïnvloeding, thema’s die wereldwijd relevant zijn geworden. „De ‘Oekraïense context’ heeft zijn lokale karakter verloren”, schrijft Zaboezjko in het nawoord aan de Nederlandse lezer. „Oekraïne, in de woorden van mijn personages ‘de speeltuin van de duivel’, bleek gewoon als eerste aan de beurt om op de nieuwe mondiale uitdagingen te reageren, en zo werd het Museum geen roman over het verleden maar over de toekomst.”












