Eind jaren negentig verhuist een Hongaars gezin naar het idyllische Vancouver Island in Canada. Een vrouwenstem verhaalt in voice-over wat zij zich herinnert uit die tijd. Het pakkende begin maakt meteen duidelijk dat dit een persoonlijke terugblik is. Maar over wie spreekt zij zo liefdevol? Wat is er gebeurd?

In de eerste scènes pakt het gezin, bestaande uit een meisje en drie jongens, dozen uit en verkent hun nieuwe huis. Af en toe worden er foto’s gemaakt, die vervolgens als stilstaand beeld en in zwart-wit worden getoond. Gestolde herinneringen aan een voorgoed vervlogen tijd. Ze roepen iets op, maar wat? Weemoed, pijn, vreugde? Was het een gelukkige tijd? Herken je op foto’s nog wie je toen was? In de huiskamer staat de televisie aan, met daarop een natuurdocumentaire over de blauwe reiger, de vogel uit de filmtitel. Het gaat over de band van dit solitaire dier met zijn ouders en zijn snelle volwassenwording.

Al snel blijkt oudste zoon Jeremy een ‘vreemde vogel’ te zijn, iets wat regisseur Sophy Romvari op filmische wijze bekrachtigt in haar indrukwekkende debuutfilm. Als het hele gezin, behalve hun vader, in het weekend het natuurschoon van Vancouver Island ontdekt, zit Jeremy op een bankje en blikt hij als enige landinwaarts, terwijl iedereen naar de zee kijkt. In vrijwel alle shots is hij geïsoleerd van de rest. Hij staat eenzaam en alleen in het kader. Als we meer over Jeremy te weten komen vallen de woorden „getroebleerd”, „crisis” en een psycholoog rept over de „oppositioneel-opstandige gedragsstoornis”. Klopt dat wel, of is hij gewoon een lastige puber?