„Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken van de impact van deze gebeurtenissen op jullie leven”, zegt Claudia van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (D66), die vandaag namens het kabinet excuses maakt voor de rol van de overheid bij gedwongen binnenlandse afstand en adoptie. Het is muisstil in de zaal in Den Haag waar donderdagmiddag tussen de drie- en vierhonderd mensen aanwezig zijn: afstandsmoeders, afgestane kinderen, afstandsvaders en hun dierbaren. Veel aanwezigen hebben lang naar deze dag toegeleefd, omdat ze er jaren voor streden.

Ik hoop recht te doen aan zoveel mogelijk mensen die geraakt zijn, vervolgt Van Bruggen. Moeders die tussen 1956 en 1984 onder grote druk hun baby moesten afstaan, kinderen die direct na de geboorte van hun moeder werden gescheiden, vaders die buiten beeld werden gehouden. „En ook aan de moeders, vaders en kinderen die al voor 1956 gedwongen van elkaar werden gescheiden.” De bijeenkomst vindt plaats „in de stad waar de adoptiewetgeving tot stand is gekomen”, zegt Van Bruggen. Die wet, ingevoerd in 1956, verslechterde in de praktijk de positie van ongehuwde moeders, zo maakte het rapport Schade door Schande vorig jaar pijnlijk duidelijk. „Instellingen voor hulp aan ongehuwde moeders namen afstand ter adoptie als optie op in hun repertoire”, aldus Bruggen.