"Het was goed geweest als de overheid meer had gedaan, meer naar jullie om had gekeken", zei Van Bruggen. Maar in plaats daarvan had die "steken laten vallen" vervolgde ze. "Daar bied ik jullie namens het hele kabinet nadrukkelijk excuses voor aan. Dit had nooit mogen gebeuren."
Ook minister Sophie Hermans (Volksgezondheid) was aanwezig.
Hoewel het voor ongetrouwde meisjes en vrouwen niet verboden was om het kind te houden, ging de Adoptiewet van 1956 wel gepaard met druk vanuit kerken, families, de Raad voor de Kinderbescherming en hulpverleners om de baby af te staan.
Ongehuwd zwanger zijn werd door de maatschappij als een grote schande gezien en onterecht zelfs als bewijs van een stoornis bij de vrouw. Zwangere vrouwen zagen hierdoor vaak simpelweg geen andere optie dan hun kind afstaan.
De excuses van het kabinet volgen op het vorig jaar verschenen rapport Schade door Schande. "Zowel rond de bevalling als het afstaan waren vrouwen eenzaam. En ook in hun latere leven was er sprake van schuldgevoel, schaamte, gebroken familierelaties en pijn", concludeerde de onderzoekscommissie Binnenlandse Afstand en Adoptie toen.












