woensdag 1 juli, 08:39•Aangepast woensdag 1 juli, 13:21De sporen van slavernij gaan niet voorbij aan Limburg. Recent onderzoek laat zien dat er ook in Venlo en Maastricht mannen en vrouwen hebben gewoond die ooit tot slaaf waren gemaakt. Slavernij heeft dus ook tentakels naar Limburg.Het moeten opvallende inwoners van Venlo en Maastricht zijn geweest: de enkele zwarte mannen en vrouwen die in de 18e eeuw opeens in de stad rondliepen, na een leven lang onder dwang te hebben gewerkt op een plantage in een verre kolonie. Vanuit Suriname werden deze tot slaaf gemaakten meegenomen naar Limburg, waar zij bij aankomst in vrijheid werden gesteld en verplicht werden gedoopt.Sporen van slavernij in LimburgHistorica Diana Natermann, werkzaam aan de universiteiten in Maastricht en Utrecht, deed de afgelopen acht maanden onderzoek naar mogelijke sporen van het slavernijverleden in Limburg. De vraag was of zij iets zou vinden. "Ik heb nog maar aan de bovenkant gekrabd, maar ik heb al veel gevonden", zegt Natermann. Ze is ervan overtuigd dat vervolgonderzoek nog veel meer informatie zal opleveren over de sporen van slavernij in Limburg.Vrij door doopOpvallende vondsten zijn doopregisters in Maastricht en Venlo. Als een slavenhouder terugkeerde naar Nederland, kwam het voor dat hij tot slaaf gemaakten meenam. Omdat slavernij in Nederland verboden was, werden deze mannen en vrouwen bij aankomst in vrijheid gesteld. Daarbij hoorde de verplichting dat zij werden gedoopt, zodat zij als christenen verder door het leven konden. 'Een volwassen Moor'Dat gebeurde bijvoorbeeld in Venlo. Op 24 oktober 1756 werd een man van Afrikaanse afkomst gedoopt. De tekst luidt: "Een volwassen Moor, geboren op de kust van Guinea. Tegenwoordig in dienst van de luitenant-kolonel en majoor op het fort St. Michiel." De gedoopte ontving de naam Christiaan Paulus. Als getuigen traden de commandant van het Venlose fort St. Michiel, Paulus David de Bois, en zijn vrouw Helena Margareta Berg op.Geen salarisNatermann heeft meer van dergelijke doopplechtigheden van voormalig tot slaaf gemaakten in Venlo gezien. In het doopregister uit 1759 staat: "Is gedoopt een volwassene Moor of neeger geboortig van Pannaboe in Africa". Deze man kreeg de naam Carel Rijnhart en was in dienst bij kapitein Rijnhard Menno Larcher. Carel kreeg dus als tweede doopnaam de familienaam van zijn vermoedelijk oud-eigenaar. Natermann vermoedt dat de tot slaaf gemaakten na hun doop niet volledig vrij waren. Op de een of andere manier moesten ze gratis blijven werken: "Hun levenskwaliteit verbeterde, maar ze bleven wel in dienst van dezelfde families, ze kregen geen salaris voor hun werkzaamheden."Legerofficieren hadden plantagesOpmerkelijk is dat het vooral protestantse inwoners van Limburg zijn die banden hadden met de koloniën. Ze behoorden tot de elite die vaak een militaire carrière maakte als officier in het koloniale leger. Tijdens het verblijf in Suriname of Indië waren deze officieren ook actief in de handel en het plantagesysteem. Daardoor kwam het voor dat ze eigenaar waren van tot slaaf gemaakten. Soms namen ze dat bezit mee naar hun nieuwe standplaats in Nederland, bijvoorbeeld de vesting Venlo of Maastricht.Doop in protestantse kerkIn de St. Janskerk in Maastricht werden ook tot slaaf gemaakten door de doop "bevrijd" uit hun situatie. Ze kregen Nederlandse namen die ook uitstraalden dat de dopelingen voortaan als gelovige christenen door het leven gingen: Catharina Christina "eene negerinne uit de West Indien" werd op 2 november 1783 gedoopt. Willem Suljaard de Leefdael liet op 21 december 1783 de voormalige tot slaaf gemaakte Christiaan Narcis dopen en Gerard Caspar Rowens werd via de doop in de protestantse St. Janskerk officieel een vrij man.Sommige families profiteerden"Het idee is dat we in Limburg niks met de slavernij te maken hebben. Dat klopt tot een bepaald punt, maar niet 100 procent. Individuele families hebben wel degelijk geprofiteerd van de slavernij", concludeert Natermann na haar eerste quick scan van enkele Limburgse archieven. Eerder werd al bekend dat de familie Liedel de Well in de 18e en 19e eeuw zoveel fortuin vergaarde in Nederlands-Indië, dat Pieter Willem Liedel de Well het kasteel in Well kon kopen.Kasteel gebouwd met slavernij-opbrengstMaar de meest opvallende getuigenis van slavernijfortuin in Limburg blijft toch wel kasteel Blankenberg in Cadier en Keer, dat in 1824 gekocht werd door de Maastrichtse rechter Salomon Pichot du Plessis. Hij kon de aankoop deels betalen met een erfenis van zijn tante Susanna du Plessis, een beruchte slavenhoudster in Suriname. Pichot du Plessis besloot het oude kasteel te slopen en herbouwde het landhuis dat er nu nog staat.Narratief moet worden aangepastDe omgang met het koloniale verleden in de afgelopen jaren geeft aan dat er behoefte is aan een flexibeler historisch narratief, zegt historica Natermann. Ze hoopt dat iemand haar onderzoek gaat overnemen: "Zodat het dominante narratief aangepast kan worden. Dat er niets was (met betrekking tot slavernij in Limburg, red.) klopt volgens haar niet."Familie-archievenNatermann hoopt dat er in familiearchieven nog informatie te vinden is over het slavernijverleden van voorouders. Daarom zou ze graag zien dat er een digitaal platform komt waar mensen hun kennis kunnen delen.Slavernij: enkele Limburgers werden er steenrijk mee(opent in nieuw venster)Familie Van PanhuysWellicht een idee voor de nazaten van Willem Benjamin van Panhuys, die in 1764 werd geboren in Maastricht. Zijn familie bekleedde generatieslang hoge bestuurlijke posities in Limburg en Luik. Willem Benjamin nam dienst in het Staatse leger en was begin 19e eeuw gouverneur-generaal van Suriname en tevens plantagehouder. Hij zou niet terugkeren naar Maastricht, maar overleed na een tocht door de jungle in Suriname.Van zijn bezittingen zijn in elk geval nog afbeeldingen bewaard gebleven; zijn vrouw Louise maakte aquarellen van landschappen en planten in Suriname. Zo is te zien hoe plantage 'Alkmaar' eruitzag, de plek waar tot slaaf gemaakten werkten om het fortuin van de familie Van Panhuys te vergroten.Textielkunstwerk van 35 meter wordt geen boetekleed maar ook niet minder pijnlijk(opent in nieuw venster)Surinaamse slaven werkten voor Limburgse kasteelheren(opent in nieuw venster)
Onderzoek toont sporen van slavernij in Venlo en Maastricht
De sporen van slavernij gaan niet voorbij aan Limburg. Recent onderzoek laat zien dat er ook in Venlo en Maastricht mannen en vrouwen hebben gewoond die ooit tot slaaf waren gemaakt.












