Verzekeraar ASR heeft dinsdag excuses aangeboden voor het slavernijverleden van haar rechtsvoorgangers. De excuses komen naar aanleiding van de uitkomsten van een historisch onderzoek dat het bedrijf zelf liet uitvoeren. Daaruit bleek dat voorlopers van ASR „slavenschepen, koloniale goederenstromen en handelsbelangen die direct verbonden waren met slavernij en dwangarbeid” verzekerden, en daar veel geld aan overhielden.

Het onderzoek toonde onder meer aan dat de oudste rechtsvoorganger van de verzekeraar, Stad Rotterdam, tussen 1720 en 1802 opgeteld 236 verzekeringen afsloot op 167 transporten van slaafgemaakten. Het ging om schepen van onder meer de West-Indische Compagnie, maar ook om „illegale en buitenlandse slavenhandel”.

Daarmee stelde Stad Rotterdam systematisch „grote en kleine slavenhandelaren in staat hun financiële risico’s te beperken”. Door de hoge premies verdiende de verzekeraar zelf bovendien flink aan de trans-Atlantische slavenhandel en de uitbuiting van tot ruim 58.000 Afrikaanse tot slaaf gemaakten.

‘Morele verantwoordelijkheid’

Andere rechtsvoorgangers waren ook „verweven met het koloniale systeem” in Azië, door betrokkenheid bij handel in opium en „uit slaven- en dwangarbeid verkregen specerijen als foelie en kaneel”. Voor de betrokkenheid bij slavenhandel door de VOC zijn geen aanwijzingen gevonden in het onderzoek.