Als je iemand Standaardnederlands hoort praten met een accent (‘Limburgs’, ‘Gronings’, ‘Marokkaans’) dan beïnvloedt dat de manier waarop je over die persoon denkt. Stef Grondelaers heeft dat de afgelopen vijftien jaar weten aan te tonen met een indrukwekkende hoeveelheid aan experimenten. Ik spreek de Belgische onderzoeker in zijn werkkamer in het Meertens Instituut in Amsterdam. We zitten tegenover elkaar. Grondelaers zegt: „Kijk, jij maakt op mij allerlei indrukken. Je bent een man. Van middelbare leeftijd. Een Nederlander. Dus in een paar seconden heb ik een indruk over jou klaar.”

Natuurlijk. Maar dat is visueel. „Inderdaad. Maar zodra je begint te praten, is jouw taal daarna jouw krachtigste indruk. Ik hoor dat jij Randstedelijk klinkt. En ik hoor dat jij waarschijnlijk niet echt uit Noord- of Zuid-Holland komt, maar eerder uit de buurt van Utrecht of iets in die zin. Van waar ben je?”

De interviewer woont in Utrecht, maar is geboren in Venlo, en opgegroeid in Brabant. „Daar hoor je niks meer van”, constateert Grondelaers. „Weet je hoe het komt dat je niet meer Brabants of Limburgs klinkt? Het Randstedelijke accent heeft veel meer prestige. Dus is er jou, als voormalige Brabander of Limburger, veel aan gelegen om je te conformeren aan de nieuwe groep waartoe je nu behoort. Dat is een ongelofelijk krachtig mechanisme hè.”