Mijn moeder was in 1972 een importbruid. Tijdens haar bezoekjes aan de inheemse familie waar mijn vader negen jaar had ingewoond, leerde ze van alles over Nederland. Er was toen nog geen integratiecursus of iets dergelijks dus die werd zelf georganiseerd. Bij deze amateuristische maatschappijleer hoorde ook het uitspreken van het woord ‘Scheveningen’. Als ze dát perfect kon articuleren zoals een echte kaaskop, dan werd ze vanzelf ook een echte Nederlander. Er was alleen een probleem: in het Turks bestaat de g-klank niet; het werd „Skuhvuningen”.

Mijn vader sprak op dat moment veel beter Nederlands maar hij oefende minder op die klassieke tongbreker waardoor hij tot ver in de jaren negentig pesterige opmerkingen kreeg. Scheveningen was een wachtwoord dat toegang bood tot de zitkamers van de rijtjeshuizen.

Het debat rond de Nederlandse identiteit ligt weer op tafel. De directe aanleiding was de toespraak van Lidewij de Vos (FvD) op de bijeenkomst van een internationale ‘remigratieconferentie’ in Portugal. Daarna ontstond bij ons achter de dijk discussie over dé oorspronkelijke, de inheemse Nederlander en wanneer je Nederlander genoeg bent. Mijn vriendin Fidan Ekiz verwoordde de giftige sfeer bij het televisieprogramma WNL op Zondag. De opinieleiders buitelden over elkaar heen.