Het was de schuld van Underground (1995) dat ik De laatste eilanders van Stefan Popa veel te lang als pure fictie las. In de slotscène van die film van de Servische Emir Kusturica zie je een aantal Joegoslavische feestvierders op een stuk land staan dat afbreekt van het vasteland, waarna het langzaam maar zeker verder wegdrijft het water op. Kusturica wilde er iets mee zeggen over de verbrokkeling van Joegoslavië, waar op dat moment een burgeroorlog woedde. Zo zal dat eiland in de roman van Popa ook wel een metafoor zijn, denk je lang, die bedacht is om iets te symboliseren.

Tot je aan het googelen slaat en vindt dat Ada Kaleh, het eiland in kwestie, echt bestaan heeft. En dat het er ook precies zo tragisch mee afliep als in het boek: het in de Donau gelegen stuk land, een kleine twee kilometer lang en ongeveer een halve kilometer breed, verdween in 1970 onder water omdat er in de nabijheid een waterkrachtcentrale werd geopend. De paar honderd mensen die er woonden, moesten maar elders hun heil zoeken. Schijnbaar, al kan dat ook een slimme zet zijn van marketingbureau Vakantieland Roemenië, kun je het eiland soms nog zien als het water helder is.

Stefan Popa (1989) is van Nederlands-Roemeense komaf en schreef al meerdere romans over zijn halve moederland. Drie jaar terug verscheen bijvoorbeeld het tragikomisch getoonzette In de schaduw van de eik, waarin hij onder andere schreef over een Roemeense moeder met een bedenkelijke geschiedenis en de al te geestdriftige kap van bossen in Roemenië. Dat klinkt misschien allemaal wat zwaar op de hand, maar Popa beschreef het geestig en levendig en hij voerde er allerlei kleurrijke personages op die je niet snel bij een Nederlandse collega tegen zou komen. Zo kwam er bijvoorbeeld een man in voor die zich dood probeerde te drinken met 150 kopjes koffie.