Voor de kust van Louisiana ligt een handvol kleine eilandjes – een beetje de Wadden van de Golf van Mexico. In de negentiende eeuw zocht de elite van New Orleans hier ’s zomers zijn heil, op de vlucht voor de verzengende hitte, de muggenplagen, de vele besmettelijke ziektes die de grote stad teisterden. Het chicste en meest afgelegen van de eilanden was L’Île Dernière, Het Laatste Eiland, „de meest modieuze badplaats voor de adel van het Zuiden”. Hier kwamen alleen de allerrijksten; op 10 Augustus 1856 was tweederde van alle miljonairs van Louisiana aanwezig op L’Île Dernière. Dus toen die avond een verwoestende orkaan over het eiland raasde, het land aan stukken reet en de helft van de aanwezigen omkwam was de staat in één klap een groot deel van zijn financiële bovenklasse kwijt.

De storm van 1856 is het onderwerp van Lafcadio Hearns novelle Chita: Herinnering aan Last Island (1889). De storm is het onderwerp, het brandpunt, de gloeiende ziel van het boek; ik denk dat ik nog niet eerder natuurgeweld zo overdonderend, zo betoverend beschreven heb zien worden. Bij Hearn is de natuur niet het toneel voor de handelingen van zijn personages; de natuur is dominant, almachtig – en toevallig lopen daar ook wat mensjes rond die hun nietige, onbenullige leventjes leiden.