„Surfen, vissen en koken. Het is de perfecte combinatie, no?”, zegt chef Eneko Irizar (47). Wanneer de windrichting en de golfhoogte gunstig zijn, begint de geboren Donostiarra (naar Donostia, de Baskische naam voor San Sebastián) zijn ochtenden het liefst op zijn surfplank. „Zurriola is hét surfstrand van de stad”, zegt hij. „Ik ben er bijna elke dag.” Als de wind gaat liggen en de golven verdwijnen, gooit hij er zijn hengel uit.
Irizar groeide op in het hotel van zijn familie, in de bergen achter San Sebastián. Het pension had een paar kamers en een restaurant. „Voor het hotel – dat niet meer bestaat – lag een dicht bos. En vanuit de achtertuin had je prachtig uitzicht op de Cantabrische zee. De naam van het hotel was Buena Vista.” Zijn grootouders waren hoteleigenaren, maar voornamelijk chefs. „Mijn oma en opa, neefjes en oom werkten allemaal in de keuken.”
Van zijn jeugd herinnert Irizar zich de zoute vissoep en de zoete amandeltaarten van zijn oma, de late avonden dineren met gasten in het restaurant en de namiddagen vissen met zijn oom. „Van hem leerde ik speervissen, met een harpoengeweer. Ik weet nog dat ik mijn eerste octopus ving – de tentakels waren plakkerig en slijmerig. Mijn oom zei dat ik de octopus tussen de ogen moest bijten, om hem te doden. Dat vond ik toen vreselijk, maar door de jaren heen werd het makkelijker.”









