Is jeugdig hooliganisme een teken van nationaal moreel verval? Panikeren over ontsporende jeugd is een Britse hobby. De pers stort zich op een gruwelijk incident dat als gevolg van armoede en repressieve instituties wordt geïnterpreteerd, dan wel als na-apen van ‘satanische’ hardrock, ‘video nasties’, gangsta rap of de manosfeer. Verbieden dus, dan komt alles goed. En op naar de volgende ronde morele paniek, want boys will be boys.
De thriller Good Boy herinnert vaag aan Stanley Kubricks schandaalsucces A Clockwork Orange uit 1971, waar de overheid de agressieve inborst van een jeugdcrimineel hoopt te hervormen via een wreed gedragsexperiment. Links ziet daar van oudsher niets in: gedrag verandert niet door straf of dwang, maar door vrije wil en introspectie.
In Good Boy blijkt het gedragsexperiment geprivatiseerd en knap amateuristisch. Hooligan Tommy ontwaakt na een doorsnee-nacht van zuipen, hossen, snuiven en vechten tot zijn verbazing met een halsband en ketting in een onbekende kelder. Hij blijkt ontvoerd door het koppel Chris en Kathryn, dat hem wil hervormen middels drooglegging, educatieve video’s, vogelgeluiden, opbouwende boeken en klassieke films. Indien nodig, schrikt Chris ook niet terug van bruut geweld met taser, pepperspray of knuppel.








