Wie kan er precies uitleggen wat in ons nationaal belang is, en wat niet? Meer raketten op Rusland, of juist niet? Meer controle op de nieuwe media, of overlaten aan de markt? Meer wapentechnologie in eigen handen, of juist samen met de VS? Het allerbelangrijkste, zo vond de fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij, was dat er ‘helderheid’ kwam. Dat de regering man en paar noemde, en de burger te midden van internationale turbulenties en onzekerheden duidelijke keuzes voorlegde. En daar schortte het aan.

In 1980 fulmineerde Joop den Uyl, want die was het, op de zijn even felle als eloquente wijze: „De overheid mag niet passief blijven toezien. […] Er wordt nieuwe ongecontroleerde macht opgehoopt. Daartegen moeten wij in verzet komen! Dat is een eis van democratische bewustwording. […] Wat ons het meest bedreigt, is het verloren gaan van het besef bij mensen dat hun stem telt, dat zij invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen, dat het niet allemaal over hen heen komt, maar dat zij zelf wat te ver tellen zullen hebben en dat zij kunnen kiezen. Dat besef, een kostbare verworvenheid van een ontwikkelingsproces van achterliggende jaren, dat zich duidelijk heeft gemanifesteerd in de Nederlandse politiek, blijft alleen overeind als de mensen duidelijke keuzemogelijkheden krijgen voorgezet. Zonder dat verliest kiezen immers zijn zin.”