Een soloconcert van Abdullah Ibrahim was soms een bijna spirituele ervaring. Je kon een speld horen vallen als hij in een volle concertzaal achter de vleugel plaatsnam. Met ingehouden adem volgde het publiek welke richting zijn handen zouden kiezen. Gebogen over de toetsen speelde hij ogenschijnlijk improviserend makkelijk twintig minuten of een half uur door voordat hij enig applaus dulde. Ook afgelopen maart nog, toen hij voor het laatst onthaald werd op het Cape Town International Jazz Festival in Kaapstad. Hij oogde fragiel, maar zijn aanslag was trefzeker als altijd. Het publiek in zíjn Kaapstad gaf hem een lange staande ovatie.
Maandag overleed pianist en componist Ibrahim op 91-jarige leeftijd in zijn Duitse woonplaats Prien am Chiemsee. Hij was de oervader van de ‘Cape Jazz’, de melodieuze dromerige jazzmuziek uit wat Zuid-Afrikanen de ‘moederstad’ noemen. Zijn karakteristieke geluid, waarin de grote diversiteit van stad en land zo herkenbaar versmolt met meer klassieke Amerikaanse jazz, was een inspiratie voor generaties Zuid-Afrikaanse musici. Ibrahim woonde al lang niet meer in Zuid-Afrika, maar in dat land kwam hij na het einde van de apartheid nog zeker ieder jaar terug voor optredens. Hij was er een soort levende legende geworden.










