Al 5.500 jaar geleden had een voorloper van de pest een vernietigend effect op gemeenschappen van jager-verzamelaars die toen leefden ten noordwesten van het Baikalmeer, in Zuid-Siberië. Uit dna-analyses van skeletten op vier begraafplaatsen blijkt dat toen bijna 40 procent van de doden de pestbacterie bij zich droeg en dat toen in korte tijd opvallend veel jonge kinderen tussen 8 en 11 jaar stierven, al waren ze niet de enigen. Het dna-onderzoek, onder leiding van de Deense geneticus Eske Willerslev, is deze week verschenen in Nature.
Op grond van de nieuwe dna-analyses denken de onderzoekers dat de pestbacterie Yersinia pestis ongeveer 5.700 jaar geleden moet zijn ontstaan als variant van de bacterie Yersinia pseudotuberculosis. De mensen bij het Baikalmeer werden waarschijnlijk besmet met de bacterie door contact met lokale marmottenpopulaties waarin de bacterie gemakkelijk endemisch kan zijn.
De vondst is een belangrijke ontdekking in het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van een van de meest dodelijke ziektes in de geschiedenis van de mensheid. De gevonden Y. pestis-bacteriën zijn nog iets ouder dan de pestbacteriën die tot nu toe golden als de oudst bekende, ongeveer 5.200 jaar oud, uit Letland. Maar belangrijker is dat deze oude pestbacterie uit Siberië duidelijk besmettelijk was binnen een mensenpopulatie en vooral ook: dodelijk. Aan de skeletten is de doodsoorzaak niet te zien, maar uit de koolstof-14-dateringen en onderlinge familieverbanden kan wel worden afgeleid dat de besmette mensen vrijwel tegelijk stierven.










