Onderzoekers uit onder meer Canada, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Rusland bestudeerden tanden en skeletten van jagers en verzamelaars op vier begraafplaatsen langs de Angara-rivier in de Russische regio Siberië. Van de 42 bestudeerde skeletten hadden er achttien DNA van de pestbacterie Yersinia pestis.
De onderzoekers stellen dat het DNA in de loop der tijd kan zijn vervaagd. Daarom vermoeden ze dat alle jagers en verzamelaars in de begraafplaatsen langs de Angara aan de pest zijn gestorven.
De pest zorgde voor veel doden in het dunbevolkte gebied. De hoeveelheid skeletten in de Siberische graven waarbij de pestbacterie werd aangetroffen is in verhouding een stuk hoger dan in pestgraven uit de middeleeuwen, de periode waarmee de pest meestal wordt geassocieerd.
Waarschijnlijk liepen de mensen in het gebied de ziekte op door het eten van rauw marmottenvlees. Dat dier is in de loop van de tijd vaak verantwoordelijk geweest voor pestuitbraken. Ook nu zorgt het eten van rauwe marmotten nog voor dodelijke slachtoffers.
Bij een van de graven werden veel skeletten van kinderen gevonden. Wetenschappers denken dat ook zij door de pest zijn overleden. Ouderen waren misschien al eerder met de pest in contact gekomen en hadden daardoor immuniteit opgebouwd, maar kinderen waren er veel vatbaarder voor.










