Heeft een verdachte geen baan, is die praktische opgeleid of heeft die een laag inkomen en/of geen koophuis? Dan is de kans groot dat deze persoon in het Nederlandse strafrecht anders wordt behandeld dan iemand met een meer geprivilegieerde achtergrond. Verdachten met een lage sociaaleconomische positie krijgen gemiddeld hogere straffen opgelegd dan mensen met een meer geprivilegieerde achtergrond. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek naar ‘klassenjustitie’, ongelijke behandeling op basis van iemands achtergrondkenmerken. Het rapport daarover, van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), werd dinsdag gepubliceerd.

Verdachten met een gunstige sociaaleconomische positie krijgen minder vaak een celstraf en eerder een geldboete, blijkt uit de WODC-analyse. Verdachten met de zwakste maatschappelijke positie worden volgens het rapport veroordeeld tot 18 dagen extra onvoorwaardelijke gevangenisstraf, 36 uur extra taakstraf of 900 euro extra boete ten opzichte verdachten met de meeste vinkjes.

Aanleiding voor het onderzoek was een motie uit 2018 van toenmalig Kamerlid Michiel van Nispen (SP). Hij stelde destijds in de Volkskrant dat er een „groot contrast” bestaat in hoe bijstandsfraude wordt aangepakt ten opzichte van grootschalige witwaspraktijken – het OM weersprak dat.