Het was in de zomer van 2002. Dido Havenaar moest voor zijn trainerscursus in Japan nog één groot werkstuk maken, met als thema het Japanse voetbal. De oud-doelman koos voor een ambitieus onderwerp, met als kop: 'Hoe Japan over 25 jaar aan de top van de wereld staat.'
"De begeleiders moesten lachen toen ze hoorden dat ik dit onderwerp had gekozen", zegt Havenaar. "'Wij komen nooit aan de top van de wereld', zeiden ze. Maar ze vonden het wél interessant."
Havenaar werd geboren in Nederland, maar verhuisde in oktober 1986 naar Japan om te gaan voetballen bij Mazda SC in Hiroshima. Hij bleef er hangen met zijn vrouw Ghita en voelt zich inmiddels meer Japans dan Nederlands. Maar als geboren Nederlander - Havenaar groeide op in Hazerswoude-Dorp - kon hij putten uit kennis van het Nederlandse voetbal.
"Voor het werkstuk baseerde ik me op het verhaal van Oranje. In 1950 stelde Nederland weinig voor. Vervolgens werden we in 1974 en 1978 bijna wereldkampioen én speelden we het beste voetbal. In 25 jaar is veel mogelijk."
De woorden van Havenaar zijn in zekere zin uitgekomen. Japan staat achttiende op de FIFA-ranglijst, maar wordt door sommigen toch gezien als een team dat ver kan komen of zelfs als dark horse voor de WK-titel.














