De Japanse bondscoach Hajime Moriyasu maakt vijf minuten na afloop netjes buigingen voor de vakken vol met landgenoten aan de korte zijde. Die hebben net opgewonden staan juichen, na de late gelijkmaker tegen het Nederlands elftal (2-2). De rest van het overdekte AT&T Stadium is dan al leeggelopen, onder wie de meeste Oranje-fans. „Als er iets onverwachts gebeurt, moeten we ervoor zorgen dat we niet van slag raken”, had Moriyasu vooraf gezegd.

Vanuit het perspectief van Oranje lijkt het duel volgens een ideaal scenario te verlopen, zondagmiddag in het kolossale stadion in Arlington, een voorstad van Dallas. Nederland tegen Japan is niet alleen een typisch Amerikaanse sportshow – met muziek, cheerleaders en enorme videoschermen – maar ook een bijzonder boeiend eerste WK-duel.

Het is een gevecht waarin Oranje lange tijd heerst, betere kansen creëert en kort voor tijd nog leidt. Het lijkt op weg naar een perfect begin van het toernooi tegen een outsider voor de wereldtitel – tot het in de slotfase toch nog mis gaat.

In de metropool in Noord-Texas wordt het tactisch plan lange tijd prima uitgevoerd. Bondscoach Ronald Koeman wil dat er snel diepte wordt gezocht na balverovering, want dán ligt er ruimte bij Japan doordat zij op papier maar met drie verdedigers spelen. Die omschakeling, met de snelheid van Crysencio Summerville, Donyell Malen en Cody Gakpo, moet de sleutel zijn in het aanvalsspel. Dan kan Japan verrast worden.