Naarmate de coronacrisis langer duurde, verloor het kabinet een deel van het contact met de samenleving. In de eerste fase hielden de meeste mensen zich goed aan de coronamaatregelen, naar verloop van tijd steeds minder. Die maatregelen werden daarop strenger, omdat ze slecht werden nageleefd. Dat vertelde oud-premier Dick Schoof, destijds de hoogste ambtenaar op het ministerie van Justitie en Veiligheid, toen hij deze vrijdagochtend werd verhoord door de parlementaire enquêtecommissie corona.

Volgens Schoof heeft het kabinet maatschappelijke, sociale en economische gevolgen „onvoldoende meegewogen” bij besluiten over de maatregelen.

Bij crisissituaties moet je in de eerste fase accepteren dat je besluiten neemt met een totaal gebrek aan informatie

Het bleek volgens hem ook niet mogelijk die effecten goed te meten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het tekort aan IC-bedden en het aantal besmettingen. Schoof: „Het sluiten van scholen, het verbieden van sporten door jongeren en het stoppen van het verenigingsleven pasten niet goed in een afwegingsmatrix. Maar je voelde dat de maatregelen grote maatschappelijke gevolgen hadden, en dat die steeds groter werden. Er was steeds minder begrip voor lockdowns, scholensluiting en de avondklok.”