Een onzichtbare golf coronavirusdeeltjes vloog in februari en maart 2020 door de gangen van verpleeghuizen. Directies, personeel, bewoners en hun familieleden waren er niet op voorbereid. In een mum van tijd ontstond in Nederland een gigantisch tekort aan beschermingsmiddelen: mondkapjes, spatbrillen, schorten. Verpleeghuismedewerkers liepen onbeschermd rond: alle spullen díe er waren, werden aan de ziekenhuizen gegund. Een „stille ramp” in de verpleeghuizen was het gevolg, zo concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) al in februari 2022 in een eerste analyse. Van de tienduizend doden tijdens de eerste coronagolf, stierf de helft in een verpleeghuis.
Verpleeghuisbewoners werden „onbedoeld het slachtoffer” van het feit dat de Nederlandse crisisaanpak „zich vooral op het voorkomen van overbelasting van de ziekenhuiszorg” richtte, concludeerde de OVV. Wat daarbij mogelijk een rol speelde: de verpleeghuissector zat tijdens de eerste fase van de coronapandemie nergens aan tafel, prominenten uit de ziekenhuiswereld wél.
Hoe kwam het kabinet tijdens de twee jaar durende coronacrisis tot besluiten? Waarom bleven de verpleeghuizen in die eerste fase verstoken van beschermingsmiddelen? Waarom gingen tot drie keer toe de scholen dicht om de virusverspreiding te beperken? De lockdowns, de avondklok, het coronatoegangsbewijs: door wie lieten de verantwoordelijke ministers zich adviseren, wat was de rol van de Tweede Kamer? Deze vragen staan centraal in de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona, die na een moeizame aanloop op vrijdag 29 mei van start zullen gaan. Onder leiding van VVD-Kamerlid Daan de Kort zullen bijna vijftig betrokkenen onder ede gehoord worden over hun ervaringen tijdens de coronaperiode, grofweg van begin 2020 tot voorjaar 2022.












