Buiten adem laat Kennedy Ikechukwu (29) zich vallen in het dorre grasveld bij een verlaten middelbare school. De acht anderen met wie hij net een kwartier heeft gevoetbald gaan ook zwetend op hun rug liggen. Veel langer is een potje ‘pickup soccer’ op zaterdagmiddag in Texas niet vol te houden, zelfs niet in de milde lente. Uit een speakertje naast een van de oranje pylonnen die het geïmproviseerde veld markeren schalt afwisselend hiphop en latin muziek.

Als Ikechukwu weer opstaat om water te drinken, ziet hij verderop een eenzame ziel op rode voetbalschoenen een bal tegen een boom trappen. „Hey, gast, heb je zin om mee te doen?”, roept hij. „Hell yeah”, antwoordt Haissan Aparicio (19). Met vijf spelers met en vijf zonder gele hesjes trappen ze af voor het volgende kwartier.

In Dallas, de Texaanse stad waar het Nederlands elftal zondag aan het WK begint, is voetbal overal. Voor kinderen op scholen en op voetbalacademies waar ouders flinke bedragen voor betalen. Voor volwassenen in oneindige potjes pickup soccer, een Amerikaanse vorm van schoolpleintjesvoetbal waarvan de naam is geleend van semi-spontane potjes op publieke basketbalveldjes. Ook dat tijdverdrijf is vercommercialiseerd: voor zulke partijtjes zijn indoor sporthallen gebouwd en speciale apps ontwikkeld die spelers 10 tot 15 dollar (gemiddeld ruim 10 euro) per avond vragen. „Ik speel drie keer per week pickup”, zegt Ikechukwu, „dus dat loopt best in de papieren”.