Zijn woningkopers ‘van buiten’ een groeiende bedreiging voor koopstarters die in hun eigen gemeente een woning zoeken? Deze vraag houdt veel gemeenten bezig, zo stellen onderzoekers van het Kadaster, wat mogelijk is ingegeven doordat doorstromers uit stedelijke gebieden met hoge overwaardes in gemeenten buiten de Randstad meer kunnen overbieden.

Donderdag publiceerde het Kadaster daarom een onderzoek naar verhuisgedrag. De eerste conclusie is dat huizenkopers de afgelopen tien jaar gemiddeld verder weg gingen wonen. Begin 2015 was de gemiddelde ‘verhuisafstand’ nog 10,7 kilometer, tien jaar later is de afstand waarop woningkopers hun huis kochten gegroeid naar 13,6 kilometer. Een stijging dus, al ligt die verhuisafstand weer een stuk lager dan in de coronajaren 2020 en 2021. Toen leek thuiswerken ‘het nieuwe normaal’ te worden en dus verhuisden woningkopers over een gemiddelde afstand van 16 kilometer.

Het Kadaster stelt ook vast dat het aandeel nieuwe inwoners in gemeenten dat ‘van ver’ komt, de afgelopen tien jaar groeide. Eind vorig jaar was het aandeel kopers uit een gemeente voorbij de buurgemeente 23,5 procent, dat was in 2015 nog 18,5 procent. Met name verhuizers met een leeftijd van 55 tot 75 jaar kochten hun woning op grotere afstanden; zij verhuizen volgens de onderzoekers tot gemiddeld 21 kilometer doordat zij relatief vaak naar regio’s in Drenthe of Zeeland vertrekken.