De overheid moet niet alleen stoppen met discrimineren, maar ook zelf actief bijdragen aan gelijkheid en gelijkwaardigheid. Dat is de boodschap van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, die maandag haar eindrapport presenteert in het Haagse perscentrum Nieuwspoort.

Hoewel discriminatie op grond van artikel 1 van de Grondwet is verboden, blijkt ze hardnekkig. En de bestrijding door de overheid verloopt maar moeizaam: „Er is al veel onderzoek gedaan naar structurele discriminatie en allerlei rapporten hebben oplossingen voorgedragen, maar daar is weinig mee gedaan”, zegt Joyce Sylvester, voorzitter van de staatscommissie in een persbericht.

De overheid is hoeder van grondrechten, maar draagt zelf ook bij aan ongeoorloofde ongelijke behandeling

De aanpak van discriminatie en racisme schiet tekort, omdat die volgens Sylvester is gebaseerd „op incidenten, waardoor structurele patronen voortbestaan”. In het persbericht wordt de dubbele rol van de overheid benoemd: „Zij is hoeder van grondrechten, maar draagt zelf ook bij aan ongeoorloofde ongelijke behandeling.” Daarom moet de overheid van de commissie kritisch naar haar eigen handelen kijken.

Het adviesorgaan ontwikkelde een ‘actieagenda’ waarmee discriminatie en racisme structureel moeten worden bestreden. Zo moet de overheid ”een daadwerkelijke afspiegeling van de samenleving” worden. Daarnaast moeten mensen stelselmatig worden betrokken bij het vormgeven van wetgeving, dienstverlening en toezicht.