De zaak
Tijdens een vakantie met haar echtgenoot in Frankrijk, in 2005, krijgt een vrouw van middelbare leeftijd plotseling te maken met een verlamde linkerarm, een scheef gezicht en een spraakgebrek. In een Frans ziekenhuis blijkt dat ze een herseninfarct heeft gehad. Na thuiskomst wordt ze behandeld in het Isala-ziekenhuis in Zwolle, waar verder onderzoek plaatsvindt.
De behandelend neuroloog laat de huisarts weten geen aanwijzingen voor multiple sclerose (MS) te hebben gevonden. Een familielid van de echtgenoot van de vrouw, neuroradioloog bij een ander ziekenhuis, ziet wel afwijkingen die bij die ziekte passen. Daarna blijft de vrouw met diverse klachten zitten en met de onzekerheid of ze niet toch MS heeft.
In 2010 onderzoekt een andere neuroloog van het Isala haar. Ook die sluit MS uit.
Pas in 2016 krijgt de vrouw de diagnose MS. Op de vraag waarom de diagnose niet eerder gesteld is, komt geen antwoord en in de jaren erna volgen diverse procedures.
