Het zat in de familie, lijden aan het leven. Een broer had er een eind aan gemaakt door zichzelf in brand te steken. Met een van haar ouders had ze plannen gemaakt om samen uit het leven te stappen. Maar die instabiele moeder, bij wie ze inwoonde, stierf een natuurlijke dood. En toen ook de poes waar ze elke ochtend voor wakker werd, het aan de nieren kreeg en een spuitje moest, wilde de depressieve dochter niet langer leven. De patiënt vroeg om euthanasie en kreeg euthanasie.

De alleenstaande vrouw, ze was zeventig toen ze stierf, kan het zelf niet meer navertellen. Haar dood is onomkeerbaar. Maar haar ingewilligde wens botst op de wettelijke grenzen rond het zelfgekozen levenseinde. De huisarts had najaar 2022 helemaal geen euthanasie wegens psychisch lijden mogen verlenen, bleek na afloop. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) beschuldigt de huisarts en de controlerend SCEN-arts (Steun en Consultatie Euthanasie Nederland) van „onzorgvuldig handelen”. Van het Openbaar Ministerie kreeg de huisarts 400 euro boete.

Drie-en-een-half jaar later verschijnen beide artsen terneergeslagen in de rechtbank van Amsterdam. De huisarts en de SCEN-arts, ieder op een aparte zitting. Ze zitten tegenover vijf leden van het medisch tuchtcollege: een rechter-voorzitter, een lid-jurist, en drie collega-artsen. Rechts schuiven twee inspecteurs aan in gezelschap van een juridisch adviseur. Aan vier van de zes wettelijke zorgvuldigheidseisen hebben beide artsen volgens de inspectie niet voldaan. Zo beschikte de SCEN-arts niet over psychiatrische deskundigheid. De huisarts heeft onder meer nagelaten te toetsen bij een onafhankelijk arts of er nog behandelmogelijkheden waren.