Vonden het OMT en de top van het ministerie van VWS, en dus ook het kabinet, de bewoners en de verzorgenden in verpleeghuizen minder belangrijk dan patiënten en personeel in de ziekenhuizen tijdens het eerste half jaar van de coronapandemie? Die vraag stond woensdagmiddag centraal tijdens het verhoor van oud-directeur generaal Langdurige Zorg bij het ministerie van VWS, Ernst van Koesveld.
Aan de ene kant werd de samenleving lange tijd stilgelegd om zwakkeren te beschermen tegen het virus. Scholen, winkels, horeca, theaters en sportclubs gingen tijdelijk dicht en mensen met kantoorbanen moesten thuis werken. Tegelijk waren er tal van signalen dat juist de allerkwetsbaarsten, ouderen in de verpleeghuizen, te weinig werden beschermd, zo bleek uit vragen van de enquêtecommissie corona woensdag.
Zo kondigde oud-minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) op 19 maart 2020 een landelijk bezoekverbod af voor ouderen in de verpleeghuizen. „Een loodzwaar besluit vonden wij”, zegt Van Koesveld tijdens het verhoor. „Maar het gevaar voor de bewoners van besmetting via familie achtten wij op dat moment groter dan het gevaar voor vereenzaming”. Al snel bleek in de media dat kinderen van verpleeghuisbewoners vaak voor het raam stonden met spandoeken en dat ze amper afscheid konden nemen van hun zieke ouders wanneer die stierven. Er wás een uitzonderingsregel die gold voor afscheid nemen van ouders of partners, onderstreept Van Koesveld. „Daar was grote behoefte aan. We hebben geprobeerd daar zo veel mogelijk aandacht voor te krijgen.”
