Het was voor lang niet alle verpleeghuizen duidelijk dat er in de eerste coronagolf een uitzondering bestond op het bezoekverbod als een bewoner op sterven lag. Dat zei Bianca Buurman vrijdagmiddag tijdens haar verhoor door de coronacommissie. Buurman was destijds onafhankelijk adviseur voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In die rol gaf zij „gevraagd en ongevraagd” advies over zaken die verpleegkundigen en verzorgenden raakten. Later in de pandemie werd ze voorzitter van de beroepsvereniging, genaamd V&VN. Ze is ook hoogleraar Acute Ouderenzorg bij het Amsterdam UMC.
In maart 2020 besloot het kabinet tot een bezoekverbod voor verpleeghuizen, om kwetsbare mensen zoveel mogelijk te beschermen tegen blootstelling aan het coronavirus. Tijdens een persconferentie zei toenmalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) dat er een uitzondering mocht worden gemaakt als een verpleeghuisbewoner op sterven lag. Toch zijn veel bewoners eenzaam gestorven, zei Buurman tegen de enquêtecommissie. „Het had beter gecommuniceerd moeten worden, bijvoorbeeld via de branchevereniging.”
Dat mensen eenzaam stierven, zei Buurman, „heeft een enorme kras op de ziel achtergelaten”, zowel bij nabestaanden als bij het personeel. „Als verzorgende bouw je een band op met bewoners.” Voor hen was het ingrijpend om te zien hoe oude, kwetsbare mensen stierven zonder hun familie om hen heen.












