Het kabinet wil dat nieuwkomers zo snel mogelijk meedoen in onze samenleving. Bij vrouwelijke statushouders lukt dat nog onvoldoende. Slechts een op de vijf vrouwen die in ons land mogen blijven werkt. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) wil daar verandering in brengen.

"De beste manier om zo snel mogelijk in onze samenleving te staan, is aan het werk zijn. Dan draag je bij aan onze maatschappij, leer je de taal en maak je zo min mogelijk gebruik van een uitkering", zegt Aartsen. "Dat is goed voor de integratie en voor onze economie. Het is ook wat we van nieuwkomers verwachten, mannen en vrouwen. Ik wil deze aanpak dan ook snel uitbreiden naar veel meer gemeenten.

Statushouders zijn asielzoekers met een verblijfsvergunning. Tussen 2014 en 2024 kregen ongeveer 70.000 vrouwen een verblijfsstatus. Van hen is 22 procent aan het werk. Bij de mannen werkt iets minder dan de helft. Vrouwelijke statushouders zijn wel aan een inhaalslag bezig. Tussen 2022 en 2024 nam het percentage werkende vrouwen toe van 17 tot 22 procent, terwijl het aandeel bij de mannen nagenoeg gelijk bleef.

Dat vrouwelijke statushouders minder werken, heeft verschillende oorzaken. Vaak hebben ze in het land van herkomst niet gewerkt en missen ze de nodige vaardigheden en werkervaring voor een baan. Ook is het voor hen moeilijk om zorgtaken thuis te combineren met werk. Verder krijgen vrouwelijke statushouders minder vaak ondersteuning bij het vinden van een baan, terwijl ze vaker langdurig een bijstandsuitkering ontvangen.