De huisvesting van statushouders komt nog altijd slecht op gang. Uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt dat zeven op de tien Nederlandse gemeenten minder statushouders aan een huis helpen dan wettelijk verplicht.
In totaal gaat het om ruim 8.800 statushouders die geen woning krijgen. Daarmee zijn de tekorten van de afgelopen maanden niet weggewerkt: een half jaar geleden registreerde het ministerie vergelijkbare achterstanden. Volgens gemeenten zijn de achterstanden vooral te wijten aan het tekort aan sociale huurwoningen. Volgens cijfers van ABF research komt Nederland momenteel 384.000 woningen te kort.
Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning (status) krijgt, moeten gemeenten een woning regelen. De regering heeft met elke gemeente (behalve vier van de Waddeneilanden) afgesproken hoeveel statushouders gehuisvest moeten worden, zogenoemde ’taakstellingen’. Volgens die afspraken zouden 24 duizend statushouders nu een woning moeten hebben, in de praktijk hebben slechts iets meer dan vijftienduizend statushouders een woning.
De gemeente Amsterdam, waar veel woningnood is, loopt het meest achter: 1.528 woningen. Gemeentes in Drenthe lopen 456 woningen achter, voor Flevoland is dat 251.







