‘Een beetje vreemd, maar wel lekker.’ Was dat niet ooit een reclameleus voor Rivella? Het is in elk geval een tamelijk accurate beschrijving van het gerecht dat ik u ga voorzetten: kip gestoofd in een tomatensaus met bacon en kimchi. Het recept plukte ik jaren geleden eens van een Amerikaanse kookblog, juist omdat het me zo vreemd in de oren klonk. Kip in tomatensaus, tuurlijk. Kip in tomatensaus met bacon, welja. Maar wat deed die Koreaanse kimchi in zo’n mediterraan aandoend gerecht?

Er was een tijd waarin we zulke gerechten fusion noemden. Nu ik erover nadenk, volgens mij vielen de jaren waarin fusionkoken vleugels kreeg samen met die waarin we, dankzij die slimme reclameleus, dat best wel gekke frisdrankje op basis van wei begonnen te waarderen. Kennelijk waren we in de jaren negentig van de vorige eeuw in de stemming voor het ongewone, het nieuwe. Hoe dan ook, de eerste keer dat ik kip in kimchi-tomatensaus maakte, had ik echt geen idee wat ik kon verwachten.

Daarbij moet gezegd dat kimchi destijds, in Nederland, nog iets was wat je als bijgerecht kreeg geserveerd in de paar Koreaanse restaurants die ons land telde. Net zoals miso iets was wat je bij de Japanner in je soep kreeg. Het was in elk geval nog niet de trendy, alomtegenwoordige smaakmaker die het vandaag de dag is. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik heb tegenwoordig altijd wel een al dan niet zelfgemaakte, geopende pot kimchi in mijn koelkast staan, en vlij het spul regelmatig tussen tosti’s en quesadilla’s en, misschien wel mijn lievelingsbestemming: op een broodje filet americain. (Probeer maar eens: het geeft er precies de goeie pit en het juiste zuur aan.)