„Nadat mijn moeder tot haar dertiende met haar zusje en moeder in het Japanse interneringskamp Tjideng in het toenmalige Batavia had gezeten, kwam ze na de oorlog terug naar Nederland. Haar vader Gerard, van wie ze intens veel hield, was in 1944 als krijgsgevangene verdronken tijdens de scheepsramp met de Junyo Maru. Net als veel lotgenoten heeft ze nooit meer echt over die periode willen of kunnen praten.
Vrijgevochten heeft ze in recordtempo de hbs afgemaakt, op hoog niveau gesport en afleiding gevonden in Den Haag. Avontuurlijk als ze was, stond ze op het punt om te emigreren, toen ze in 1955 voor het eerst in haar leven carnaval ging vieren in Venlo, een plaats waar ze nog nooit van had gehoord. Verkleed als waarzegster werd ze direct ontdekt door onze vader, verkleed als goochelaar. Deze foto, gemaakt door Foto Kino Linders, is van die bewuste avond: ze zagen elkaar toen voor het eerst. Drie jaar later zijn ze getrouwd en tot de dood zijn ze bij elkaar gebleven. Beiden werden 90-plus.
Mijn vader kwam uit een katholiek nest en woonde in hartje Utrecht. Zijn vader had een atelier in glas-in-loodramen en zijn voorvaderen waren niet onverdienstelijk als schilder of architect. Heel anders dan het vrijzinnige nest van mijn moeder wier voorvaderen generaties lang juridische functies bekleedden in Nederlands-Indië.











