„Allebei geboren in de binnenstad van Eindhoven, aan weerszijden van het spoor dat destijds nog dwars door het centrum voerde. Moeder kwam uit een gezin van elf kinderen, vader had op zijn veertiende zijn eigen vader verloren en gold als de „stamhouder” van zijn familie. Genetisch geluk heeft ervoor gezorgd dat ze vijf zoons kregen waardoor het voortbestaan van de familienaam behouden bleef.

Zover was het nog niet toen deze foto gemaakt werd; het huwelijk kende een moeizame start waar het hun gezondheid betrof. Tuberculose hield vader jarenlang aan het bed gekluisterd omdat rust werd gezien als absoluut nodig voor herstel. Pas toen daar een opname in het Bredase sanatorium de Klokkenberg aan gekoppeld werd is de ziekte geweken.

Moeder is in de jaren vijftig aan haar longen geopereerd, lang voordat tabak als de voornaamste boosdoener werd gezien. Op de foto staan beiden rokend afgebeeld en dat is ook om een andere reden symbolisch: grootvader had een sigarenfabriek, vader was tot 1957 vertegenwoordiger van Carl Upmann-sigaren in Zuid-Nederland en beheerde daarna enkele tabakswinkels tot hij in 1967 door een hersenbloeding getroffen werd. Hij overleefde, maar werd nadien niet meer de joviale man van eertijds. Hij kwam in dienst bij de Boerenleenbank als kluisbeheerder. Moeder had gelukkig energie voor twee, entameerde een fikse verbouwing van het huis en ging bij de ouderenzorg werken als alfahulp.