De overheid bood zogenoemde afstandsmoeders, afstandsvaders en afgestane kinderen donderdag officieel excuses aan. Tussen 1956 en 1984 stonden namelijk duizenden - met name jonge en ongehuwde - zwangere vrouwen onder zware druk van hulpverleners, religieuze instanties en familie.

Een zwangerschap buiten een huwelijk gold destijds als een maatschappelijke schande. Moeders kregen daarom te horen dat afstand doen de beste optie was voor hun kind.

Dat proces begon met de invoering van de Adoptiewet in 1956. Door de wet kan het juridische ouderschap worden overgedragen aan de wensouders en wordt de band met de biologische ouders verbroken.

De pakweg vijftienduizend gedwongen afgestane kinderen hebben ieder hun eigen verhaal. Sommigen kwamen goed terecht en kijken amper nog achterom, maar het loopt ook regelmatig anders. In het geval van Van Gilst is de adoptie uiteindelijk teruggedraaid. Zij draagt nog altijd de pijnlijke gevolgen van de manier waarop haar adoptie tot stand kwam.

Toen Van Gilst geboren werd, werd haar moeder via de Raad van Kinderbescherming gedwongen haar af te staan. "Mijn Nederlandse moeder werkte in Zwitserland, waar ik geboren ben. Omdat ik als Nederlandse niet langer dan drie maanden in Zwitserland mocht verblijven, keerden mijn moeder en ik toen ik tien dagen oud was tijdelijk terug naar Nederland."