‘Niet met smerige (werk)kleding de kantine in’, staat in het Nederlands, Engels, Duits en Pools op een geplastificeerd A4’tje. Bovenop de kapstok van de Maxima-centrale in Lelystad ligt een verzameling bouwhelmen. Aan de muur hangt een groot uitgeprinte foto van zevenendertig gelijkgezinde mannen en één vrouw met de armen over elkaar.

Joke Wiegmink (61) runt de kantine van de centrale van het Franse energiebedrijf Engie al negen jaar „goed strak”. Ze kan vijftig man tegelijk aan. Op woensdagen bakt ze voor iedereen een uitsmijter. „Erik, zonder kaas, dubbel gebakken op wit.” Ze weet van de meesten wel hoe ze ‘m willen, hun ei. „Dat is echt een tik van mij”, zegt Joke. Een wekker gaat, vliegensvlug haalt ze „de kroketjes” uit het vet. Er zijn vers belegde broodjes met filet americain, een salade met kip of tonijn. Als iemand een speciale wens heeft, staat Joke daar altijd voor open.

„Wat doe je nu, Arjen?” zegt Joke van achter de kassa. Arjen gooit de helft van z’n kipkerriepoedersoep naast het kommetje. De soeplepel is ook wel iets te groot. Met een half servet probeert Arjen de kleverige soep van de rvs-werkbank te vegen. „Kijk, ik heb hier schoteltjes die er perfect onder passen”, zegt Joke, hem een schoteltje aanreikend. „Ach ja, ik snap dat soort dingen toch niet”, zegt Arjen.