Der Steinach-Film is in 1923 een hit in Duitse bioscopen. Het is dan ook niet niks wat de Weense dokter Eugen Steinach belooft: verjonging en meer libido. Te zien zijn beelden van dieren die typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag vertonen. En dan: potten vol dode ratten op sterk water, opengesneden, zodat je de inwendige geslachtsdelen kunt zien.
Op twee manieren dacht Steinach mannen meer kracht en potentie te kunnen geven, schrijft Alex Bakker (1968) in Transgender pioniers. De eerste was het implanteren van een donortestikel van een jonge, viriele man in de buikwand van een oudere, minder viriele man. De tweede was het doorsnijden van een van de zaadleiders van een man. Het idee was dat er zo minder energie zou gaan naar de productie van sperma, en meer naar de productie van de „afscheiding” die verantwoordelijk was voor mannelijk gedrag.
Jaren eerder publiceerde Steinach er al over: het wederzijds transplanteren van inwendige geslachtsorganen van ratten en cavia’s. Mannetjesdieren kregen vrouwelijke organen, en vice versa. De theorie was dat testikels en eierstokken een afscheiding afgaven die verantwoordelijk was voor mannelijk en vrouwelijk gedrag. Mannelijk betekende dan kracht, vitaliteit en potentie. Nota bene: de geslachtshormonen oestrogeen en testosteron zouden pas in de jaren dertig worden geïdentificeerd.






