De Oostenrijkse schrijver Joseph Roth wist hoe hij een verhaal op een filmische manier moest vertellen. Dat kwam ook doordat hij in tal van Duitstalige kranten over film schreef om de kost te verdienen. Ik lees erover in Schijnwereld. Filmkritieken 1919-1935, een door Steven Jacobs en Els Snick bezorgde en vertaalde verzameling van zijn filmrecensies.

Als Roth in 1924 over de film Argiope, die Tigerspinne schrijft, is het bijna alsof hij een liefdesverhaal vertelt. Over een vrouw die haar man doodt wanneer ze zwanger van hem is. Over het huis dat ze voor haar nageslacht spint. Over het web waarin ze, uitgeput van dat bouwwerk, door een vlieg wordt gedood. En dan lees je: „Nu drukt God, die door de herfsttuinen waart, haar oogjes dicht. De storm verscheurt haar web. Argiope’s lichaam vergaat, verbrokkelt en wordt stof.”

Dieren in films kunnen altijd op Roths sympathie rekenen. Zo heeft hij in The Covered Wagon (1923), een speelfilm over de trek naar het Wilde Westen van een groep Duitse emigranten, meer bewondering voor de paarden, ossen en bizons die erin voorkomen dan voor het bewogen lot van die Duitse kolonisten. Het gaat hem duidelijk om het spektakel op het scherm.

Amerikaanse films vindt hij vaak kitsch. Zo schrijft hij over Rosita, de eerste film van Lubitsch in de VS, dat die met bombastische muziek en schijnwerpers over het publiek losbarstte „als een onverwachte catastrofe waarbij de nooduitgangen niet functioneerden”. Na enkele minuten had je het gevoel dat je genoeg Amerika kreeg voor een heel jaar.