Een toets is bedoeld voor het leerproces, voor selectie (of een leerling naar vmbo, havo of vwo kan) of om te evalueren of een school goed lesgeeft. Maar die drie doelen lopen te vaak door elkaar. "Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in die verschillende functies", waarschuwt de Onderwijsraad scholen en het ministerie van Onderwijs.

Als voorbeeld noemt de raad de zogeheten leerlingvolgtoetsen die al decennialang bestaan en elk half jaar door basisschoolleerlingen vanaf groep 3 worden gemaakt. Het idee daarachter is dat leerkrachten zien hoe kinderen zich ontwikkelen op specifiek het gebied van taal en rekenen en daar de lessen op kunnen aanpassen.

Kinderen die ergens mee worstelen, krijgen dan bijvoorbeeld extra uitleg. En klasgenootjes die het al onder de knie hebben, krijgen juist extra uitdaging. Maar 98 procent van de scholen weegt de scores van de leerlingvolgtoetsen ook mee bij het schooladvies in groep 8.

En dat vindt de Onderwijsraad niet eerlijk. "De focus komt dan te liggen op het kleine deel van de taal- en rekendoelen dat de toets bestrijkt", schrijft de raad. "Er treedt dan een vorm van teaching to the test op, waarbij de lesaandacht zich beperkt tot het verhogen van de toetsscores en waarbij bredere onderwijsdoelen uit het zicht raken."