Het kabinet wil dat leerlingen uit groep acht vanaf 2030 allemaal dezelfde doorstroomtoets maken. Dat schrijft staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs, VVD) donderdag in een brief aan de Tweede Kamer. Scholen kunnen nu nog kiezen uit toetsen van zes verschillende aanbieders, maar de vraag is of die wel goed vergelijkbaar zijn.
Uit een analyse van de PO-raad, de belangenorganisatie voor het primair onderwijs, bleek vorig jaar dat scholen die overstapten naar een andere doorstroomtoets vaak betere toetsprestaties haalden.
De doorstroomtoets vervangt sinds 2024 de eindtoets, leerlingen maken de toets in januari of februari. De toets bepaalt samen met het advies van de school naar welk niveau op het voortgezet onderwijs kinderen uit groep acht kunnen. Als een leerling de doorstroomtoets beter maakt dan het schooladvies, is de school in principe verplicht om het schooladvies naar boven bij te stellen.
De zes verschillende doorstroomtoetsen zijn „op allerlei manieren zo vergelijkbaar mogelijk gemaakt, maar volledige vergelijkbaarheid is een utopie”, schrijft de staatssecretaris in de Kamerbrief. Eén toets van één aanbieder geeft „meer gelijke onderwijskansen voor leerlingen”, concludeert Tielen. Scholen houden wel de vrijheid om te bepalen of ze een papieren of digitale toets willen afnemen.












