Alsof je door een weiland vaart – zó dichtbegroeid ziet het water eruit in sommige delen van de lagune van Ciénaga Grande de Santa Marta, in het noorden van Colombia. Naar schatting 98 procent van de inwoners is er afhankelijk van de visserij: de vissers hebben hun lange, smalle kano’s aangemeerd naast hun paalwoningen in de lagune. Maar iets vangen wordt steeds lastiger: door de invasieve waterplant Hydrilla verticillata komen ze nauwelijks nog vooruit.

Hydrilla is een waterplant die in aquatische terminologie een ‘ondergedoken’ manier van groeien heeft: een groot deel van de plant bevindt zich onder het wateroppervlak, en kan daar tot wel enkele meters lang worden. De soort gedijt goed in zoet tot brak vrijwel stilstaand water tussen de 20 en 27 graden Celsius. Een tropische lagune is kortom ideaal voor de plant – en zo kon hydrilla binnen één jaar uitgroeien tot een plaag voor de Colombiaanse vissers. „Eerst dachten we: wat een mooie plant”, vertelt milieubeschermer Jhon Cantillo in een videoreportage van persbureau AP. „Maar toen zagen we die plant geleidelijk veranderen in een monster.”

Een visser vaart door een woud van waterhyacinten.Foto Ivan Valencia/AP

Een visser haalt resten van planten uit zijn net.