Als de vraag is; ‘arts of zorgverlener?’, dan wilt u natuurlijk een arts. Maar die twee rollen zijn aan het verschuiven, en dat ervaren patiënten steeds vaker zonder het precies te kunnen benoemen. Het verschil zit niet alleen in wat artsen en zorgverleners precies doen, maar in wat het betekent om arts te zijn.
Ik herinner mij een assistent chirurgie. Ik sprak hem op de eerste hulp, twee uur na zijn dienst. Hij had een jonge timmerman opgevangen die door een ongeluk met de lintzaag de vingers van zijn linkerhand had verloren. Ons ziekenhuis kon de hand niet reconstrueren. De arts bleef na zijn dienst, belde ziekenhuis na ziekenhuis, totdat hij een handchirurg vond die de patiënt kon overnemen. Die inzet was voor de arts vanzelfsprekend.
Een keer, aan het eind van mijn spreekuur, belde de familie van een patiënte om door te geven dat het heel slecht ging. Aan het bed van de vrouw, die in coma lag, sprak ik met haar man en zoon, we deelden herinneringen. Tijdens het gesprek stopte zij met ademen. De arts-assistent van de afdeling kwam binnen, bleef in de deuropening staan en bekeek de verpleegnotities. Ik liep naar hem toe en zei: ‘Je patiënt is overleden.’ Hij antwoordde dat hij daar geen tijd meer voor had, dat hij het zou overdragen aan zijn collega, en liep weg.













