We worden overspoeld met adviezen over gezond eten en bewegen, maar waarom horen we nooit iets over „een dagelijkse portie kunst”, vraagt Daisy Fancourt (35), hoogleraar psychobiologie en epidemiologie aan University College Londen. Ze doet al vijftien jaar onderzoek naar de gezondheidseffecten van kunst, en weet inmiddels hoe talrijk en breed die zijn. Mentaal én fysiek. Vermindering van stress, vertraging van de veroudering, minder kans op depressie, op dementie, op chronische pijn, op hart- en vaatziekten, op verstoringen van de afweer.
Fancourt noemt kunst zelfs de vijfde pijler onder gezondheid, naast slaap, voeding, bewegen en natuur. En het is een vergeten pijler, want we horen maar zelden over al die voordelen, schrijft ze in haar boek Art Cure, waarvan twee weken geleden de Nederlandse vertaling is verschenen, Kunst als medicijn. „Het is een bizar goed bewaard geheim”, zegt ze via videoverbinding. „Terwijl kunst een recht is.” Fancourt verwijst naar artikel 27 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948: „Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst…”
U definieert kunst vrij breed. Waarom?









