Staat VVD-leider Dilan Yesilgöz aan de kant van de democraten, of aan die van de antidemocraten? Die vraag werpt historicus Alies Pegtel op in haar boek De negen levens van Dilan Yesilgöz. Zo’n vraag stellen is vaak hetzelfde als die beantwoorden, en dus is het niet verrassend dat Pegtel in haar epiloog tot een harde conclusie komt: Yesilgöz is „geen liberale democraat maar een populist die bereid lijkt te zijn om de Grondwet te omzeilen”. Dat concludeert Pegtel omdat Yesilgöz voorstander is van het schrappen van voorrang voor statushouders bij het verdelen van sociale huurwoningen. Discriminatie, volgens de Raad van State, toch is Yesilgöz vóór.
Het lijkt onhandig opgeschreven, dat Pegtel zo’n wezenlijk oordeel laat afhangen van dat ene standpunt. Eerder in het boek noemt ze andere politieke trekken van de VVD-leider die ze ook had kunnen aanhalen, maar dat doet ze niet. De kwalificatie van Pegtel roept sowieso vragen op. Is elke politicus die plannen steunt die volgens de Raad van State in strijd zijn met de grondwet, antidemocratisch? Vrijwel elke politicus maakt zich daar schuldig aan. En dat mag ook, de Raad is immers een adviesorgaan.
Geen hokje
Het boek blinkt niet uit in het plaatsen van Dilan Yesilgöz in een hokje. Dat lijkt ook te komen omdat zij nu eenmaal een lastig te vatten politicus is, met een sterk ontwikkeld gevoel voor beeldvorming waarmee ze het zicht verspert. Toch zet de auteur Yesilgöz’ jeugd boeiend neer. Ze is het kind van uit Turkije verdreven Koerdische politieke activisten die in Amersfoort een bestaan uit de grond stampten: haar vader is criminoloog, die in Nederland promoveerde, haar moeder was directeur van Vluchtelingen Organisaties Nederland. Pegtel beschrijft hoe Yesilgöz in groep 8 een taaltoets moest maken vanwege haar achtergrond. „Dilan vond dat een belediging. Ze tekende bloemetjes op het formulier. ‘Ik accepteer discriminatie niet’.”







