Paul Terstegge, die sinds februari de baas is, kreeg bij zijn start meteen een aantal uitdagingen. Transavia stapt geleidelijk af van Boeing-toestellen en heeft inmiddels vijftien Airbus-vliegtuigen in de vloot. De volledige transitie wordt verwacht in 2031.

De toestellen moeten zorgen voor minder uitstoot, minder geluid en lagere operationele kosten. De aanschaf van de Airbussen is prijzig. Ook de explosief gestegen kerosineprijzen treffen Transavia hard. "De grootste zorg zijn de brandstofprijzen", zegt Terstegge.

Als eerste noodmaatregel heeft Transavia een vacaturestop ingesteld voor niet-operationele functies. Bovendien wordt er kritisch gekeken naar externe uitgaven. Een klein deel van de meerkosten wordt doorberekend aan reizigers, iets wat Terstegge naar eigen zeggen liever vermijdt, maar wat onvermijdelijk is.

Terstegge trad aan vlak voordat de spanningen in het Midden-Oosten escaleerden door een aanval van de VS en Israël op Iran. Transavia annuleerde uit veiligheidsoverwegingen vluchten naar Dubai en boekingen naar Egypte, Turkije en Griekenland liepen tijdelijk terug.

Daarbij is er onzekerheid of er voldoende brandstof is in sommige landen van Europa. "Ik verwacht niet dat we zomaar tegen een tekort aanlopen. Minister Karremans heeft gezegd dat hier voor maanden aan brandstof beschikbaar is. En we hebben vertrouwen in wat onze stakeholders daarover melden. Wij voeren onze zomerdienstregeling volledig uit", zegt Terstegge tegen De Telegraaf.