Vele miljoenen euro’s zijn luchtvaartmaatschappijen deze maanden meer kwijt aan kerosine. Met lapmiddelen proberen ze die extra kosten in eerste instantie op te vangen. Zo schrapte KLM in mei honderdzestig vluchten wegens de door de oorlog in Iran oplopende brandstofprijzen. Op vliegtickets zit sinds half maart een brandstoftoeslag van een paar tientjes, afhankelijk van bestemming en vluchtduur.
„We hebben nu nog voldoende brandstof in voorraad”, verzekerde president-directeur Marjan Rintel van KLM vorige week. „De zomer is voorlopig veilig.”
Maar, zegt Rintel, als de schaarste vanwege de problemen met de aanvoer van kerosine en ruwe olie uit de Golf aanhoudt tot het najaar, dan sluit KLM nieuwe ingrepen in de vluchtschema’s niet uit. „Dan gaan we opnieuw kijken naar Europese routes. Vooral naar routes die we meerdere keren per dag vliegen. Dan kunnen we passagiers omboeken naar een vlucht een uurtje eerder of later. Maar dat speelt mogelijk pas na de zomer. Ik heb geen glazen bol.”
Daarnaast doen luchtvaartmaatschappijen als KLM al langer aan ‘hedging’: via langetermijncontracten kopen ze brandstof vooruit in tegen vaste prijzen. Zo zijn ze deels beschermd tegen prijspieken. Dat biedt houvast, maar is geen structurele oplossing zolang ze afhankelijk blijven van fossiele kerosine.






