Theo van Boven (1934-2026) | mensenrechtenjurist De hoogleraar Internationaal Recht hield niet alleen regeringsleiders (en dictators) scherp maar zocht ook actief contact met slachtoffers. Hij was de stuwende kracht achter een nieuw instrumentarium waarmee de VN schendingen van de mensenrechten kon aanpakken.

Theo van Boven in 1997.

Respect voor mensenrechten lijkt in veel landen, ook in het Westen, de laatste jaren steeds meer te verdampen. Theo van Boven, die wel ‘Mr Human Rights’ werd genoemd, zag die ontwikkelingen met lede ogen aan. „Hij was daar bedroefd over maar bleef tegelijk volhouden: het kan en moet anders”, vertelt Cees Flinterman, jarenlang een collega-hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht.

Als er iemand is geweest die zich zijn hele werkzame leven voor de rechten van de mens heeft ingezet, was het wel de vorig weekend op 91-jarige leeftijd overleden Theo van Boven. Vooral tussen 1977 en 1982, als directeur van de afdeling mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève, was hij de stuwende kracht achter een nieuw instrumentarium waarmee de VN schendingen van de mensenrechten kon aanpakken.

Veel meer dan zijn voorgangers was Van Boven bereid zijn nek uit te steken voor met name de slachtoffers van mensenrechtenschendingen. „Hij heeft op dat vlak echt baanbrekend werk verricht”, zegt Daan Bronkhorst, die als medewerker van Amnesty International door de jaren heen veel contact had met Van Boven. „Hij was een kundig diplomaat maar hij was ook voor de duvel niet bang. Ik ken niemand die zo stijfkoppig was als hij als het ging om het vinden van gerechtigheid voor slachtoffers.”