Zodra de avond valt, weet Saif Hadir, teamleider van de handhavers in het Rotterdamse centrum, wat volgt. Hij staat voor een café aan de Meent en steekt z’n vinger in de lucht. Verderop geeft een automobilist plankgas en stuift de kruising over. Het ronken galmt door de straat.
De winkelstraat is grotendeels afgezet. Op de kruising dirigeren verkeersregelaars weggebruikers de andere kant op. Via zijstraatjes weten enkele automobilisten en motorrijders toch in de buurt te komen. „Het is een kat-en-muisspel”, zegt Hadir.
Voor de zomer opende Rotterdam – wederom – het offensief tegen wat in het stadhuis de „verkeersaso’s” worden genoemd. Vooral op koopavonden vult de binnenstad zich met optrekkende en toeterende auto’s, motoren die over de stoep rijden en aldus ‘flaneren’ met het winkelpubliek. Nergens is de overlast groter dan op de Meent.
„We moesten snel handelen”, zegt Marco Stout, die als mobiliteitsadviseur van de gemeente verantwoordelijk het asociaal rijgedrag moet aanpakken. Het regende de afgelopen maanden klachten over geluidsoverlast van ondernemers en omwonenden.
Op koopavonden, zegt de ambtenaar wandelend door de straat, stond het hier „bumper aan bumper”. Met mensen die „toeteren, schelden, roepen, uitstappen, dan even leuk doen. Er is een filmpje waarop twee auto’s stoppen – blijkbaar vrienden van elkaar – en gewoon een totale opstopping veroorzaken”.







