Iran executeerde in de afgelopen vijf maanden minstens 59 mensen. Dat concludeert Human Rights Watch (HRW) in een donderdag gepubliceerd rapport. In de periode van maart tot en met augustus bracht het land op wekelijkse basis mensen ter dood, veelal op basis van vage aanklachten volgens de mensrechtenorganisatie.
In 29 gevallen ging het om mensen die het regime in verband bracht met de massale protesten van december en januari. Drie anderen werden gelinkt aan de Woman Life Freedom-demonstraties uit 2022. In meerdere gevallen ging het om tieners, „vele anderen” waren begin twintig.
De strafprocessen die voorafgingen aan de executies waren volgens HRW onrechtmatig. Bronnen zeggen tegen de organisatie dat veiligheids- en inlichtingendiensten verdachten martelden en mishandelden om „bekentenissen” af te dwingen, die vervolgens in de rechtszaal als bewijsmateriaal fungeerden.
In lang niet alle gevallen waren de tenlasteleggingen zware misdrijven: zo werden sommige demonstranten veroordeeld voor het gooien met stenen of het inbreken in overheidsgebouwen. Het internationaal recht staat de doodstraf onder strenge voorwaarden in geval van de „meest ernstige misdrijven” toe.
Acuut risico










