De uitzetcentra voor afgewezen asielzoekers waar vijf Europese landen aan werken, ook Nederland, worden „géén kampen”. Het is zo’n beetje een van de eerste zinnen van Morten Bødskov, de Deense minister die over asiel en migratie gaat, vrijdagmiddag op een bijeenkomst in Kopenhagen. Hij staat naast zijn collega’s uit Duitsland, Griekenland, Oostenrijk en Nederland en door dat woord ‘kampen’ is wel meteen het beeld gevormd waar mensen aan denken bij die centra: migranten die niet in de EU mogen blijven, is de bedoeling, worden in landen buiten Europa opgevangen in, zoals de ministers ze noemen, returnhubs. Bij elkaar.

De vijf ministers hebben er vrijdag in Denemarken over vergaderd en de uitkomst is, zegt de Deense minister, dat ze samen „verdiepende gesprekken” gaan voeren met landen die voor zo’n centrum in aanmerking komen. In 2027 moeten de eerste migranten daarheen worden gebracht, eind van dat jaar moeten ze functioneren zoals de bedoeling is. En dat is, zegt de ene na de andere minister, „volgens het Europees en internationaal recht”, de mensenrechten van de migranten moeten worden „gerespecteerd”. Experts hebben daar twijfels bij. Zo sneuvelde eerder een vergelijkbaar plan van de Britse regering, nadat het Britse Hooggerechtshof had geoordeeld dat mensenrechten in het geding zijn.